Werkhandschoenen kiezen: welke handschoen voor welk werk?
Kort antwoord
Kies eerst het risico, daarna het materiaal. Voor scherpe randen neem je een snijbestendige handschoen met het juiste snijniveau (B tot F), voor hitte een handschoen met EN 407, voor lassen EN 12477 en voor kou EN 511. Voor algemeen werk volstaat een gecoate of lederen werkhandschoen met EN 388.
Stap 1: welk risico heb je?
Een werkhandschoen beschermt alleen tegen het risico waarvoor hij getest is. Dat lees je af aan de pictogrammen en normen op het etiket en op de productpagina. Bij Blakshop vermelden we de normen per handschoen, met een korte uitleg als je erop klikt.
| Risico | Norm op het etiket | Waar let je op? | Voorbeelden uit ons aanbod |
|---|---|---|---|
| Schuren, scheuren, prikken, materiaal hanteren | EN 388 | Cijfers per test, hoger is beter | 2900 (PU), 2930 en 2934 (nitril), 2801 (leer) |
| Snijden aan plaatwerk, glas of scherpe randen | EN 388 met een snijletter | Snijniveau B, C, D of F | 2970 tot 2975 (B), 2980 en 2981 (C), 2986 (D), 2990 (F) |
| Hete voorwerpen, ovens | EN 407 | Niveau per hitterisico | 2840 hittebestendige handschoen |
| Lassen | EN 12477 | Lange manchet, hittebestendig leer | 2839 lashandschoen (ook EN 407) |
| Kou en winterwerk | EN 511 | Isolatie, waterdichtheid | 2811, 2812, 2876, 2960 tot 2962 |
Stap 2: het snijniveau bij snijbestendige handschoenen
Sinds de versie van 2016 van EN 388 krijgt een snijbestendige handschoen een letter van A tot F. Die letter komt uit een test waarbij een mes met toenemende kracht over de stof gaat: hoe meer kracht nodig is om door te snijden, hoe hoger de letter. Niveau A vraagt minstens 2 newton, B minstens 5, C minstens 10, D minstens 15, E minstens 22 en F minstens 30 newton.
- Niveau B: lichte snijrisico's, zoals dozen openen, montage en hanteren van materiaal met ruwe randen.
- Niveau C en D: plaatwerk, profielen, isolatiemateriaal en werk met scherpe randen waar je vaak mee in contact komt.
- Niveau F: het hoogste niveau in ons aanbod, voor werk waar een snijwonde echt een groot risico is, zoals veel scherp plaatwerk of glas.
Welk niveau je nodig hebt, hangt af van de risicoanalyse op je werkplek. Twijfel je, overleg dan met je preventieadviseur of kies een niveau hoger.
Stap 3: coating en materiaal
De coating op de handpalm bepaalt de grip en hoe de handschoen aanvoelt. In ons aanbod vind je drie soorten coatings en lederen handschoenen:
- Nitril: goede grip op droge en licht olieachtige oppervlakken en slijtvast. Een zanderige afwerking (sandy) geeft extra grip.
- PU (polyurethaan): dun en soepel, met veel gevoel in de vingertoppen. Ideaal voor fijn montagewerk in droge omstandigheden.
- Latex: veel grip, ook als het nat is. Werk je met latexallergie, kies dan nitril of PU.
- Leer: geitenleer is soepel en sterk, runderleer is robuust. Leer is geschikt voor zwaar werk.
Het getal in "gauge" zegt hoe fijn de voering gebreid is: 18 gauge is dunner en geeft meer gevoel dan 13 gauge. Veel modellen zijn chroomvrij, handig als je huid gevoelig is.
Stap 4: kou, nat en touchscreen
Voor buitenwerk in de winter kies je een gevoerde handschoen met EN 511. Moet je ook in de regen werken, neem dan een waterdicht of waterbestendig model, zoals de 2876 (gevoerd en waterdicht) of de 2936 (nitril, waterbestendig). Wil je je smartphone bedienen zonder je handschoen uit te trekken, kies dan een touchmodel, zoals de 2873 tot 2877.
Stap 5: de juiste maat
Een handschoen die te groot is, geeft minder grip en vermindert de bescherming; een te kleine handschoen knelt en slijt sneller. Meet de omtrek van je hand en kijk in de maattabellen. Draag je de handschoen elke dag, dan zijn de multipacks (zoals 2901, 2270 en 2271) een voordelige keuze.
Werk je met vonken en vlammen, dan heb je naast de juiste handschoen ook de juiste kleding nodig. Lees daarvoor onze gids over vlamvertragende en multinorm werkkleding.
Veelgestelde vragen over werkhandschoenen
Wat betekenen de cijfers onder het EN 388-pictogram?
Elke positie is een test: schuren, snijden met de coupetest, scheuren en doorprikken (cijfers, hoger is beter), daarna de snijletter A tot F en eventueel een P als de handschoen ook getest is op schokbescherming. Een X betekent dat die test niet gedaan is.
Welk snijniveau heb ik nodig?
Voor licht werk met ruwe randen volstaat vaak niveau B. Werk je dagelijks met scherp plaatwerk, profielen of glas, kies dan C, D of F. De risicoanalyse van je werkgever is altijd de basis.
Kan ik lassen met een hittebestendige handschoen?
Nee, kies voor lassen een handschoen met EN 12477, zoals de 2839 lashandschoen. EN 407 alleen zegt dat de handschoen tegen hitte getest is, niet dat hij geschikt is voor lassen.
Welke handschoen is goed bij olie of vet?
Een nitrilcoating geeft goede grip op olieachtige oppervlakken. De 2940 heeft bovendien een water- en olieafstotende handpalm.
Hoe kies ik de juiste maat werkhandschoen?
Meet de omtrek van je hand rond de knokkels, zonder duim, en vergelijk met de maattabel. Zit je tussen twee maten, kies dan de kleinste voor fijn werk en de grootste voor gevoerde handschoenen.
